ANKEVEEN – “Het is belangrijk dat het maatschappelijk belang van de historische buitenplaats zichtbaarder wordt.” Dat zegt Eugène van Bouwdijk Bastiaanse, die 17 november door de leden van de Vereniging Particuliere Historische Buitenplaatsen (VPHB) – voor een periode van drie jaar – tot nieuwe voorzitter is gekozen.
Eugène van Bouwdijk Bastiaanse, voorzitter VPHB: “Onze historische buitenplaatsen vragen dagelijks beheer. Dat doen wij – samen met de vele vrijwilligers – met liefde, passie, kennis en betrokkenheid. We loodsen het cultureel historisch erfgoed, inclusief de omringende natuur, door de geschiedenis heen de toekomst in. Niet alleen voor ons als buitenplaatseigenaren, maar met name voor het maatschappelijk belang. Met zo’n tweehonderd buitenplaatsen behoren we tot een van de grootste groep conservatoren van het Nederlands cultureel erfgoed. Erfgoed dat recreatief veelvuldig wordt gebruikt en bijzonder wordt gewaardeerd. We willen dit erfgoed met grote cultuurhistorische waarde behouden.”
Opvolging
Eugène van Bouwdijk Bastiaanse volgt Robert Croll op, die de rol van voorzitter van 19 mei 2019 tot 17 november 2024 heeft vervuld. Buitenplaatsen maken deel uit van het DNA van de Nederlandse geschiedenis en identiteit. Gedurende zijn voorzitterschap heeft Croll zich toegelegd op het zoeken naar samenhang, verbinding en betrouwbare samenwerking met andere monumentenorganisaties met vergelijkbare belangen. Tevens heeft Croll zich toegelegd op het voorbereiden van de toekomst van de buitenplaats. Verduurzaming van de buitenplaats was, is en blijft een aandachtspunt, zij het dat dit evenzeer geldt voor de fiscale habitat waarin VPHB probeert te overleven; niet alleen vandaag, maar evenzeer ook voor de toekomst. Maatschappelijke relevantie is daarbij het richtsnoer geweest.
Belastingheffing
Nederland heeft veel fraaie buitenplaatsen en landgoederen die vaak al vele generaties lang familiebezit zijn. Zij vormen een groot deel van onze ‘natuur’ en zijn van groot belang voor de recreatie; ze zijn vrijwel allemaal opengesteld voor wandelaars en fietsers. Al in 1928 heeft de rijksoverheid de maatschappelijke betekenis van de particuliere buitenplaatsen en landgoederen ingezien en besloten om deze families te helpen hun buitenplaatsen en landgoederen in stand te houden. Daartoe is de Natuurschoonwet 1928 (NSW) in het leven geroepen. Buitenplaats- en landgoedeigenaren kunnen fiscale voordelen krijgen als zij hun land laten rangschikken onder de NSW. Dat bestaat voornamelijk uit een beperking van de box 3-heffing tot de gebouwen en een vrijstelling voor de schenk- en erfbelasting. Van Bouwdijk Bastiaanse: “De wetgever heeft daarbij overwogen dat een landgoed meestal nauwelijks rendement maakt. Zonder deze faciliteit zouden onderdelen van het landgoed verkocht moeten worden om aan de belastingplicht te voldoen. Dat leidt tot versnippering en op termijn tot het einde van de buitenplaats met het landgoed als een geheel. Met de NSW hebben we in Nederland een hele goede regeling voor buitenplaatsen, landgoederen en hun eigenaren. De NSW zorgt voor natuurbehoud en voorkomt het uit elkaar vallen van een buitenplaats met landgoed en bijbehorende natuurgebieden die door wandelaars en fietsers veelvuldig worden bezocht. Dankzij deze wet is er relatief veel behouden gebleven en zijn buitenplaatsen en landgoederen toegankelijk voor publiek.”
Over de VPHB
De Vereniging Particuliere Historische Buitenplaatsen (VPHB) zet zich in voor de instandhouding van historische buitenplaatsen als cultureel erfgoed, materieel en immaterieel, zodat zij op lange termijn blijven bestaan. Van de 550 historische buitenplaatsen is ruim de helft(60 procent) in particuliere handen en wordt meestal bewoond door de eigenaar. De VPHB telt tweehonderd leden/buitenplaatsen.










