1.8 C
Apeldoorn
vrijdag 13 februari 2026

Úw nieuwsplatform voor de houtindustrie met 120.000 exemplaren en 25.000 online bezoekers.

Veel positieve geluiden tijdens PEFC jaarbijeenkomst

DRIEBERGEN-RIJSENBURG – Dat het gebruik van hout in de lift zit is onderhand wel bekend. Zeker bij de partijen die er dagelijks mee bezig zijn. Maar buiten deze binnenste cirkel worden de positieve eigenschappen van hout ook steeds beter bekend. Die positieve trend zorgde voor een goed gevoel bij de jaarbijeenkomst van PEFC Nederland op 8 oktober.

Bij de jaarbijeenkomst waren ook niet-leden welkom. Een goede zet, want voor deze middag meldden zich ook partijen aan die zich aan het oriënteren zijn op het bouwen met hout, en meer in zijn algemeenheid, het bouwen met biobased materialen. Zij kregen een uitgebreid programma voorgeschoteld en werden op hun wenken bediend. De thema’s biobased bouwen, ambities voor houtbouw, gezondheid & welzijn, en de EU-ontbossingsverordening kwamen uitgebreid aan bod.

Wat is nieuw?

Bij zijn welkom aan de aanwezigen wees PEFC Nederland-voorzitter Maarten Willemen op een actieplan uit 1995 waarin de ambitie werd uitgesproken voor 20 procent meer hout in de bouw. “Wat is nieuw?”, vroeg Willemen zich af, waarna hij zelf het antwoord gaf. “‘We zien dat grote bedrijven nu serieuze stappen zetten door te investeren in bouwen met hout. En zijn doen dat niet als ze er geen brood in zien. En dat de overheid gas geeft en tegelijkertijd op de rem trapt is niet handig, maar bedrijven laten zich daar niet door ontmoedigen.”

 

Biobased

Biobased bouwen groeit snel, maar kan nog sneller. Daarom steunt PEFC initiatieven zoals Gideon Tribe, Building Balance, en het Houtbouw Metropoolregio Amsterdam (MRA) Convenant. Deze middag deelden experts van deze organisaties, Jan Willem van de Groep en Imme Groet, hun ervaringen. Van de Groep werkt hard aan de verduurzaming van de bouw, terwijl Groet zich inzet voor het opschalen van biobased bouwen en de integratie ervan als volwaardige bouwmethode naast traditionele bouw.

Van de Groep sloot zich aan bij de woorden van Willemen. Hij ziet ook positiviteit rond de biobased route. “Met het gebruik van hout is sprake van CO2-opslag in gebouwen en daarnaast is het verdringen van CO2 intensieve materialen een positieve ontwikkeling. En biobased materialen bieden boeren ook een mogelijkheid om een nieuwe verdienmodel te ontwikkelen. Maar de grootste uitdaging is om de traditionele bouw te overtuigen. Gelukkig zien we grote aannemers investeren in grote fabrieken voor prefab en modulair bouwen met hout.”

Niet duurder

Imme Groet nam de aanwezigen mee in het Convenant Houtbouw MRA (Metropoolregio Amsterdam) en de ambitie van MRA om vanaf 2025 20 procent van de woningbouw in hout te realiseren. “Dat betekent jaarlijks 3000 woningen in hout, verdeeld over de regio die zich uitstrekt van Haarlem tot en met Almere en Zaanstad. En bij een houten woning moet 80 procent van de hoofddraagconstructie uit hout bestaan.” Met een reeks cijfers en grafieken liet Groet zien dat er veel in de pijplijn zit. Op dit moment zijn er 482 projecten in hout opgeleverd. Aan 774 projecten wordt momenteel gewerkt. 2556 projecten bevinden zich in de tenderfase en bij ruim 10.000 aanvragen zitten ze in de gebiedsontwikkeling. Volgens Groet is het onjuist dat houtbouw de naam heeft duur te zijn. Aan de hand van een simpele rekensom liet ze dat aan de toehoorders zien. “Van een totaalproject kan 70 procent onder de bouwkosten (algemene kosten, materieel, arbeid, materialen) worden gerekend. Van die bouwkosten valt 40 procent onder materialen. Van die 40 procent is 40 procent installatiewerk. Blijft dus 60 procent over voor bouwmaterialen.” Een snelle rekensom leert dus dat bij een project van 1 miljoen euro, slechts 164.000 euro opgaat aan fysieke bouwmaterialen. Haar conclusie was dan ook duidelijk. “Houtbouw is niet veel duurder dan bouwen in andere materialen. Simpelweg omdat het grootste deel van de kosten in het proces zitten en niet in het product.”

 

Gezondheid

Na de presentatie van Groet was het woord aan Alex de Rijke, hoogleraar aan de TU Delft en directeur van dRMM. Hij is een pionier in houtontwerpen. De Rijke gaf een uitgebreide presentatie over het project Maggie’s Oldham, een centrum voor kankerpatiënten in Manchester, dat door natuurlijk materiaalgebruik het welzijn ondersteunt. Hout in gebouwen, en in het geval van  Maggie’s Oldham, tulpenhout, biedt gezondheidsvoordelen zoals het ‘biophilic effect’. Het verbetert het binnenklimaat, zorgt voor goede akoestiek en creëert een warme sfeer die stress vermindert en het welzijn bevordert, zo luidde de algemene boodschap van De Rijke. Dagvoorzitter Pablo van der Lugt was net als veel andere aanwezigen enthousiast over het verhaal van De Rijke. “Als we het met behulp van data hard kunnen maken dat de gezondheid van mensen in directe relatie staat met het gebruik van hout in een gebouw, dan hebben we een geweldig wapen in handen”, aldus van de Lugt.

 

EUDR

De middag werd afgesloten met een presentatie van Marten de Groot van PEFC Nederland die uitleg gaf over de EU-ontbossingsverordening (EUDR). Bedrijven die hout op de EU-markt brengen moeten een zorgvuldigheidssysteem (DDS) implementeren, een risicoanalyse uitvoeren en de geolocatie van de houtoogst opgeven om te garanderen dat de grondstoffen ontbossingsvrij zijn. PEFC zet zich al 25 jaar in voor het behoud van bossen met steun van 1.000.000 boseigenaren en 30.000 gecertificeerde bedrijven. Naast de al gepubliceerde Nederlandstalige PEFC EUDR DDS-standaardmodule werkt PEFC Nederland aan een praktische handleiding. Elke industriesector heeft namelijk unieke vragen, en binnen die sector hebben de verschillende type bedrijven ieder weer andere vragen.

Naast zijn gedetailleerde en heldere uitleg was zijn belangrijkste boodschap van deze middag dat bedrijven naar alle waarschijnlijkheid nog een jaar langer tijd krijgen voor de implementatie van de EUDR. Wellicht tot opluchting van vele aanwezigen.

 

- Advertisement -

Laatste nieuws

X