WENEN – De Europese houtverwerkende industrie heeft opnieuw haar sterke betrokkenheid benadrukt bij het opschalen van duurzame, koolstofneutrale producten die zijn gebaseerd op verantwoord bosbeheer. Deze boodschap werd overgebracht tijdens het COLI-evenement over bio-economie, waar ministers en beleidsmakers uit de hele wereld bijeenkwamen om te discussiëren over de toekomst van de bosgebaseerde bio-economie en haar rol in klimaatneutraliteit en duurzame groei.
De Europese houtverwerkende industrie levert al oplossingen voor klimaatmitigatie en -adaptatie door fossiele en niet-hernieuwbare materialen in de bouw, productie en alledaagse producten te vervangen. Om het volledige potentieel van de bio-economie te benutten, vereist de groeiende vraag naar duurzame hulpbronnen echter een pragmatisch, marktgericht en coherent beleidskader. Bij de ontwikkeling van de bio-economie mag met name de adequate aanvoer van grondstoffen niet buiten beschouwing worden gelaten. Europa moet de mobilisatie van hout verbeteren en tegelijkertijd de nationale kaders voor duurzaam bosbeheer respecteren.
Betrouwbare concurrerende markten
Strategieën om investeringen en vraag naar oplossingen van de bio-economie te stimuleren, moeten verder gaan dan ondersteuning van onderzoek en moeten expliciet de opschaling en diversificatie van de toepassing van reeds bestaande biogebaseerde producten bevorderen. Gecoördineerde instrumenten aan de vraagzijde, zoals groene overheidsopdrachten en levenscyclusanalyses in de bouw, moeten betrouwbare concurrerende markten creëren, zonder onevenredige administratieve lasten te veroorzaken. Bij dit alles moet concurrentievermogen centraal blijven staan, zo lieten de vertegenwoordigende organisaties voor de Europese houtverwerkende industrie tijdens de conferentie weten.
Eerlijke vergelijking
Er is ook een coherente aanpak nodig tussen de bio-economiestrategie en het huisvestingsbeleid. Biogebaseerde materialen moeten dienovereenkomstig worden erkend. Normen moeten een eerlijke vergelijking tussen biobased en niet-biobased materialen mogelijk maken, zodat hernieuwbare en koolstofneutrale oplossingen op gelijke voet kunnen concurreren. Hernieuwbaarheid moet naast recyclebaarheid en herbruikbaarheid worden erkend in de EU-wetgeving inzake de circulaire economie.
De Europese houtverwerkende industrie staat klaar om bij te dragen aan een bio-economie die klimaatneutraliteit, economische groei, bestaansmiddelen voor het platteland en fatsoenlijke werkgelegenheid oplevert. Om te slagen moet het EU-beleid coherent en evenredig zijn en gebaseerd zijn op de industriële realiteit. Silvia Melegari, secretaris-generaal van CEI-Bois en EOS: “Als Europa serieus werk wil maken van een concurrerende en klimaatneutrale bio-economie, moet het eerst zorgen voor een stabiele grondstoffenbasis. Het vergroten van de houtmobilisatie en het waarborgen van betrouwbare toegang tot houtbronnen op lange termijn moeten de hoogste prioriteit hebben als we biobased oplossingen op grotere schaal willen toepassen en fossielintensieve materialen effectief willen vervangen.”
Over CEI-Bois
De Europese Confederatie van Houtbewerkingsindustrieën (CEI-Bois) vertegenwoordigt 22 Europese en nationale organisaties uit zestien landen en is de organisatie die de belangen behartigt van de hele Europese houtindustrie: meer dan 160.000 bedrijven met een jaarlijkse omzet van 194 miljard euro en 930.000 werknemers in de EU.
Over EOS
De Europese Organisatie van de Zagerij-industrie (EOS) behartigt de belangen van de Europese zagerijsector op Europees en internationaal niveau. Via haar aangesloten federaties en geassocieerde leden vertegenwoordigt EOS ongeveer 35.000 zagerijen in elf landen in Europa, die gezaagde planken, houten frames, gelamineerd hout, terrasplanken, vloeren, schrijnwerk, hekwerk en diverse andere houtproducten vervaardigen. Samen vertegenwoordigen zij ongeveer 77 procent van de totale Europese productie van gezaagd hout in een sector met een omzet van ongeveer 35 miljard euro en ongeveer 250.000 werknemers in de EU.









