12.2 C
Apeldoorn
donderdag 24 september 2026

Úw nieuwsplatform voor de houtindustrie met 120.000 exemplaren en 25.000 online bezoekers.

SER: Nieuwkomers werken vaak onder hun niveau

DEN HAAG – Nederland laat nog veel talent van nieuwkomers onbenut. Dat concludeert de Sociaal-Economische Raad (SER) in een nieuw advies over de arbeidsdeelname van asielzoekers, statushouders en Oekraïense ontheemden. Hoewel steeds meer nieuwkomers werk vinden, sluiten hun banen vaak niet aan bij hun opleiding, werkervaring en ambities. De SER pleit daarom voor een doorgaande lijn van aankomst naar duurzaam en passend werk.

De cijfers laten een gemengd beeld zien. Acht jaar na het verkrijgen van een verblijfsvergunning heeft 57 procent van de statushouders werk. Bij de totale beroepsbevolking ligt dat aandeel op 73 procent. Van de statushouders werkt bovendien 75 procent met een tijdelijk contract, tegenover 25 procent in de totale beroepsbevolking. Oekraïense ontheemden vinden sneller werk: bijna 62 procent van de 15- tot 65-jarigen werkt. Maar ook zij werken volgens de SER vaak onder hun opleidingsniveau.

Blijven hangen

Daarmee gaat het probleem volgens de SER niet alleen over de vraag óf nieuwkomers werken, maar ook over het soort werk dat zij doen. Een eerste baan in bijvoorbeeld de logistiek, schoonmaak of horeca kan een belangrijke opstap zijn naar financiële zelfstandigheid. In de praktijk blijkt die opstap echter lang niet altijd te leiden tot een volgende stap. Zonder taalonderwijs, begeleiding en mogelijkheden om vaardigheden verder te ontwikkelen, dreigt volgens de raad een zogenoemde ‘lock-in’: werknemers blijven hangen in eenvoudig werk dat onvoldoende aansluit bij hun kwaliteiten. Het verhaal van Yana illustreert dat probleem. De Oekraïense vrouw is chirurg en werkte vijftien jaar in haar vak. Na haar vlucht naar Nederland wilde ze zo snel mogelijk weer aan de slag. Toch liep zij vast op onder meer taalonderwijs, diploma-erkenning en versnipperde ondersteuning. Inmiddels werkt ze, maar niet op het niveau waarvoor ze is opgeleid. In haar vrije tijd studeert ze verder om uiteindelijk weer in de zorg te kunnen werken.

Voorschakeltrajecten en leerwerkpaden

Volgens de SER ligt een deel van de oorzaak in de manier waarop opvang, inburgering en arbeidsbemiddeling zijn georganiseerd. Nieuwkomers krijgen te maken met wachttijden, verhuizingen en ondersteuning die volgens de raad versnipperd en tijdelijk is. Ook werkgevers, vooral in het midden- en kleinbedrijf, missen geregeld kennis en begeleiding. Tegelijkertijd kan onzekerheid over de verblijfsstatus werkgevers ervan weerhouden om langdurig in werknemers te investeren. De raad stelt daarom een nieuwe aanpak voor. Al vanaf aankomst moet duidelijk worden welke talenten, ervaring en ambities iemand heeft. Vervolgens moeten werk, taalonderwijs, opleiding en inburgering zoveel mogelijk worden gecombineerd. Ook moeten voorschakeltrajecten en leer-werkpaden de overstap naar passend werk vergemakkelijken. De SER wil daarnaast dat overheid en sociale partners afspraken maken met sectoren waar grote personeelstekorten bestaan, zoals zorg, techniek, bouw, duurzame energie en onderwijs. Gemeenten zouden een wettelijke verantwoordelijkheid moeten krijgen voor de arbeidstoeleiding van asielzoekers, met structurele financiering. Voor nieuwkomers moeten bovendien veilig en eerlijk werk en betere informatie over arbeidsrechten worden gegarandeerd.

De kern van het advies is daarmee niet simpelweg: sneller aan het werk. Snel beginnen is belangrijk, maar het uiteindelijke doel moet duurzaam werk zijn waarin kennis en talent daadwerkelijk worden benut. Volgens de SER is dat niet alleen van belang voor nieuwkomers zelf, maar ook voor werkgevers en een Nederlandse arbeidsmarkt die kampt met structurele personeelstekorten.

 

- Advertisement -

Laatste nieuws

X